De derde weg: tussen Facility Management zelf doen en volledig uitbesteden

Wanneer facilitaire problemen tot bij de directie escaleren, zit het probleem dikwijls niet in de uitvoering, maar in de aansturing. De CEO verliest tijd aan dossiers die nooit op de directietafel hadden mogen belanden. De CFO krijgt investeringsvragen die niet in het budget voorzien zijn. De focus van de COO verschuift deels naar infrastructuurprojecten, ten koste van de operationele activiteiten.


Grote organisaties hebben meestal een voltijdse Facility Manager in dienst. Bij kleine tot middelgrote organisaties is dat minder vaak het geval en wordt Facility Management (FM) door verschillende medewerkers “erbij genomen”.


Facilitaire uitgaven kunnen echter een aanzienlijk deel van de werkingskosten vertegenwoordigen. Omdat verschillende medewerkers FM erbij nemen, zijn deze kosten in veel organisaties verspreid over verschillende budgetten, leveranciers en verantwoordelijken. Daardoor ziet de directie afzonderlijke facturen, maar niet altijd de totale kosten, de samenhang of de toekomstige investeringsbehoeften.


Naarmate een organisatie groeit, wordt het FM-gebeuren complexer. Er komen meer en andere types gebouwen, meer locaties, meer technische installaties, nieuwe business-eisen, meer medewerkers met andere verwachtingen, nieuwe wetgeving, andere bedrijfsrisico’s, hogere kosten, grotere budgetten. De aanpak die jarenlang werkte kan dan kwetsbaar worden.


De ideale situatie

Stel je voor dat je als managementteam tijdig betrouwbare antwoorden krijgt op deze vragen:


  • Wat zijn onze belangrijkste infrastructuurgebonden risico’s en wat is de impact ervan op onze bedrijfscontinuïteit?
  • Welke investeringen zijn nodig om onze infrastructuur toekomstbestendig te maken en te houden? Hoe vertaalt zich dat in een meerjarenbudget?
  • Wat is de evolutie van onze facilitaire kosten en hoe houden we ze onder controle?
  • Welke facilitaire diensten houden we intern en welke besteden we het best uit?
  • Voldoen we aan alle wettelijke verplichtingen m.b.t. keuringen, duurzaamheidseisen, milieuvergunning, …?
  • Hoe kan de fysieke inrichting van onze kantoren ons HR-beleid ondersteunen?

De CEO hoeft dan niet meer tussen te komen bij elk vastgelopen dossier. De CFO krijgt voorspelbaardere kosten en beter onderbouwde investeringsvoorstellen. De COO beschikt over gebouwen en ondersteunende diensten die de operationele werking ondersteunen in plaats van te verstoren.


De ideale situatie is geen utopie. Het vraagt evenmin om een voltijdse aanwerving. Het vraagt in de eerste plaats om duidelijk en structureel eigenaarschap, senioriteit en een vast ritme van opvolging en aansturing.


De derde weg

Veel middelgrote organisaties denken dat ze grosso modo twee keuzes hebben om Facility Management te organiseren:


  1. Een eigen medewerker of afdeling beheert de gebouwen, leveranciers en diensten. De uitvoering gebeurt door eigen mensen, externe leveranciers of een combinatie van beide. Dit werkt goed wanneer de organisatie voldoende interne expertise, capaciteit en continuïteit heeft. Het wordt kwetsbaar wanneer de verantwoordelijkheid bij iemand ligt die Facility Management naast een andere hoofdtaak uitvoert.
  2. De organisatie bundelt een groot deel van het beheer en de uitvoering bij één facilitaire dienstverlener. Die partner organiseert verschillende diensten en schakelt eventueel onderaannemers in. Dit kan een goede oplossing zijn voor grote, centraal georganiseerde ondernemingen met voldoende schaal en een duidelijk omschreven opdracht. Ook dan is aan klantzijde voldoende kennis nodig om doelstellingen vast te leggen en de partner te beoordelen.

Maar er bestaat nog een derde weg: de onafhankelijke Externe Facility Manager.


De Externe Facility Manager neemt structureel maar deeltijds verantwoordelijkheid op voor het beheer van infrastructuur, leveranciers, kosten, risico’s en projecten. Hij staat aan de kant van de klant, rapporteert rechtstreeks aan een directielid en neemt deel aan het managementoverleg wanneer FM-zaken op de agenda staan, maar staat niet op de payroll.


Gespecialiseerde leveranciers blijven hun werk uitvoeren. Denk o.a. aan schoonmaak, beveiliging, receptie, HVAC-onderhoud, catering. De Externe Facility Manager bepaalt mee wat nodig is, maakt afspraken concreet, bewaakt de uitvoering en zorgt dat problemen niet telkens opnieuw opduiken. Hij ís de Facility Manager van de organisatie waar hij voor werkt, zij het als externe medewerker.


De klant behoudt de relatie met de leveranciers, bepaalt zelf de strategie en neemt de eindbeslissingen. Contracten worden afgesloten tussen de leverancier en de klant. De Externe Facility Manager beheert al deze relaties in naam van de klant, in het belang van de klant, onafhankelijk van de leveranciers die voor de uitvoering zorgen.


Hoe het werkt

Een organisatie hoeft niet onmiddellijk een langdurige samenwerking aan te gaan. De beste start is een afgebakende diagnose waarmee het management het model in de eigen praktijk kan toetsen.


Stap 1 — Situatie in beeld


De Externe Facility Manager brengt de site(s), de belangrijkste installaties, contracten, terugkerende kosten, wettelijke aandachtspunten, lopende projecten en huidige verantwoordelijkheden in kaart. Ook de verwachtingen van het management en het personeel komen aan bod.


Stap 2 — Risico’s en prioriteiten


Hij lijst urgente risico’s, structurele tekortkomingen en optimalisaties op en bepaalt samen met de stakeholders de prioriteiten: wat moet nu onmiddellijk, wat moet dit jaar en wat kan later?


Stap 3 — Het mandaat


De verantwoordelijkheden van de Externe Facility Manager worden bepaald, alsook wie intern beslissingsbevoegd blijft, welke resultaten worden verwacht en hoe vaak aan de CEO, CFO of COO wordt gerapporteerd.


Stap 4 — Een vast ritme


Gedurende een afgesproken periode wordt met een vaste beschikbaarheid en maandelijkse managementopvolging gewerkt. De Externe Facility Manager neemt verantwoordelijkheid op tussen de overlegmomenten door; het is geen los advies dat na een presentatie in een lade belandt.


Stap 5 — Evaluatie op zichtbare resultaten


Na enkele maanden wordt niet alleen gekeken naar de hoeveelheid gerealiseerde acties, maar vooral of:

  • Het management een betrouwbaar overzicht heeft.
  • Belangrijke risico’s beheerst worden.
  • Leveranciers beter presteren.
  • Kosten en investeringen voorspelbaarder zijn.
  • De interne organisatie minder tijd verliest aan versnipperde opvolging.

Daarna kan de samenwerking worden voortgezet, aangepast of afgebouwd. Indien de organisatie later kiest voor een eigen voltijdse Facility Manager of een geïntegreerde partner, kan de opgebouwde structuur daarvoor de basis vormen.


Wat het kost

De inzet (het aantal dagen per maand) wordt vooraf afgesproken en afgestemd op het mandaat. Afhankelijk van de noden kan de inzet meegroeien of afnemen met de werkelijke behoefte. Facturatie gebeurt aan dagtarief.


De relevante vraag is niet hoeveel uren iemand aanwezig is, maar of er voldoende senior verantwoordelijkheid beschikbaar is om overzicht te creëren, beslissingen voor te bereiden en acties tot duurzaam resultaat te brengen.


Wat het model onderscheidt

Het model combineert vier elementen:


  • Structureel: geen eenmalig advies, maar een terugkerende verantwoordelijkheid.
  • Onafhankelijk: geen verkoopmarge of commissie op de prestaties van uitvoerende leveranciers.
  • Deeltijds: senioriteit wordt ingezet in verhouding tot de werkelijke behoefte.
  • Aan de klantzijde: de organisatie behoudt controle over beslissingen, budgetten en leveranciers.

Daarmee onderscheidt het model zich zowel van een interim-manager die tijdelijk een voltijdse vacature invult als van een grote dienstverlener die de uitvoering en aansturing in één contract bundelt.


Niet elke klant is er klaar voor. Een samenwerking vereist een duidelijk directiemandaat, toegang tot relevante informatie en bereidheid om prioriteiten vast te leggen. Zonder die voorwaarden ontstaat extra overleg in plaats van betere regie.


Het model werkt alleen als de Externe Facility Manager onafhankelijk kan handelen.


Wie zelf onderhoud, schoonmaak of beveiliging verkoopt, heeft er commercieel belang bij om die diensten zelf te leveren. Een onafhankelijke Externe Facility Manager verdient niet aan de uitvoerende leveranciers, maar aan de kwaliteit van de regie.


Dat vraagt duidelijke spelregels:


  • Geen verborgen commissies of marges.
  • Transparante vergelijking van leveranciers en offertes.
  • Heldere bevoegdheden en rapportagelijnen.
  • Rechtstreeks inzicht van de klant in contracten en prestaties.
  • Een vergoeding voor managementverantwoordelijkheid, niet voor doorverkoop van diensten.

Zo blijft de vraag steeds dezelfde: wat is de beste beslissing voor de organisatie?


Mogelijke bezwaren

“Onze technische dienst doet dit al.”


Dat kan perfect werken. De vraag is niet of de technische dienst taken uitvoert, maar of iemand ook het volledige overzicht bewaakt: onderhoud, contracten, kosten, compliance, leveranciers, investeringen en directierapportage.


Als dat vandaag duidelijk bepaald is en goed functioneert, is een Externe Facility Manager waarschijnlijk niet nodig. Als de technische dienst vooral productieproblemen, storingen en projecten moet oplossen, kan onafhankelijke FM-regie juist ruimte creëren.


“We kunnen dit toch gewoon aan onze leveranciers vragen?”


Leveranciers kunnen adviseren binnen hun eigen vakgebied. De onderhoudsfirma kijkt naar onderhoud, de schoonmaakpartner naar schoonmaak en de beveiligingsfirma naar beveiliging. Dat is waardevol, maar niet hetzelfde als één onafhankelijke afweging over alle domeinen heen.


De Externe Facility Manager beoordeelt wat de organisatie nodig heeft en stuurt leveranciers vanuit dat belang aan.


“Waarom geen voltijdse Facility Manager aanwerven?”


Voor organisaties met voldoende dagelijkse werklast en complexiteit kan dat de beste oplossing zijn. Het externe model is bedoeld voor bedrijven die senior FM-verantwoordelijkheid nodig hebben, maar niet noodzakelijk vijf dagen per week. Waarom voor voltijds betalen als deeltijdse inzet volstaat?


“Wat als de Externe Facility Manager er niet is?”


De Externe Facility Manager is niet de eerste interventielijn. Een defect, een lek of een alarm loopt via de interne contactpersoon en de leveranciers, volgens een escalatieprocedure die bij de start samen wordt opgesteld. Voor dringende beslissingen is hij ook buiten de vaste dagen bereikbaar.


Wat hij opbouwt, staat bovendien op papier: contracten, keuringskalender, budget en lopende dossiers zijn voor de klant altijd toegankelijk. Een vakantie of ziekte legt de opvolging dus niet stil, wat wel gebeurt wanneer alles in het hoofd van één medewerker zit.


Daarnaast werkt hij met een beperkt aantal klanten tegelijk, zodat er voor elke klant voldoende aandacht is.


“Is dit niet gewoon consultancy?”


Consultancy eindigt vaak bij analyse en advies. De Externe Facility Manager neemt een terugkerende rol op, volgt beslissingen op, stuurt leveranciers aan en rapporteert aan de directie. Het gaat dus om verantwoordelijkheid in de werking, niet alleen om aanbevelingen.


“Worden bestaande leveranciers vervangen?”


Niet automatisch. Eerst wordt onderzocht welke afspraken bestaan, hoe de partijen presteren en waar bijsturing nodig is. Goede leveranciers blijven waardevol. Het doel is niet vervangen om te vervangen, maar betere resultaten behalen.


“Verliezen we dan zelf de controle?”


Nee. De klant behoudt budget- en beslissingsbevoegdheid en ook de rechtstreekse leverancierscontracten. De Externe Facility Manager maakt de informatie overzichtelijk en de keuzes beter onderbouwd.


Voor wie het (niet) werkt

Het model past vooral bij middelgrote organisaties met een eigen of langdurig gehuurde site, meerdere leveranciers en voldoende technische of organisatorische complexiteit. Denk aan productie, R&D, laboratoria, logistiek, zorg, multi-site dienstverlening en organisaties in groei of transitie.


De behoefte wordt groter wanneer één of meer van deze situaties herkenbaar zijn:


  • De organisatie groeit sneller dan de capaciteit van mensen en middelen toelaat.
  • De organisatie is te complex geworden voor ad-hocbeheer, maar een voltijdse FM-functie is te zwaar.
  • De prioriteiten zijn onduidelijk en niemand stuurt het geheel aan.
  • Er komt een verhuizing, renovatie, uitbreiding of nieuwe site aan.
  • De gebouwen en dienstverlening worden door verschillende afdelingen “erbij genomen”.
  • Niemand kan snel een totaaloverzicht van kosten, contracten en risico’s geven.
  • De technische dienst focust (terecht) op productie en storingen.
  • Leveranciers worden vooral aangesproken wanneer iets fout loopt.

Het model is niet de beste keuze voor een klein, eenvoudig huurkantoor waar de verhuurder bijna alles beheert. Het is evenmin bedoeld voor organisaties die dagelijks een voltijds operationeel FM-team nodig hebben of die bewust alle uitvoering en coördinatie bij één grote facilitaire dienstverlener willen leggen.


Waarom ik

Dit model steunt niet op de belofte dat één FM-expert elk technisch onderwerp persoonlijk oplost. De waarde zit in het organiseren van de juiste expertise, het stellen van prioriteiten en het bewaken van de uitvoering.


Toen ik bij een klant tijdelijk de leiding over Facility Management overnam, liepen er meer dan honderd facilitaire projecten, van een defecte compressor tot een investering van één miljoen euro. Aan elk project werkte wel iemand, maar niemand had een actueel overzicht.


In nauw overleg met de stakeholders bepaalde ik de prioriteiten. Er zijn immers altijd meer noden dan middelen, en niet alle noden zijn even dringend. Sommige projecten werden verschoven naar het volgende jaar. Zo ontstond de basis voor een meerjarenbudget.


Vervolgens wees ik elk project toe aan een eigenaar, volgde op in welke fase het zat, en bewaakte de uitgaven van het lopende jaar tegenover het budget. Daardoor kreeg de directie elk kwartaal een betrouwbare rapportering, inclusief een voorspelling van de uitgaven voor het volgende kwartaal.


Vijfentwintig jaar in Operations, IT en Facility Management, in R&D, biotech, elektronica, chemie, productie en hoger onderwijs, leerde me vooral dit: op het snijpunt van directie, techniek, finance en leveranciers volstaat vakkennis niet. Je moet ook keuzes kunnen structureren en belangen samenbrengen.


Tot slot

Je hoeft niet te kiezen tussen “alles zelf blijven doen” en “alles uit handen geven”.


Er is een derde weg: een ervaren, onafhankelijke Externe Facility Manager die structureel aan jouw kant staat, terwijl gespecialiseerde leveranciers het werk blijven uitvoeren.


De vraag voor het management is deze:


“Wie van het management kan vandaag het volledige verhaal vertellen over infrastructuur, leveranciers, kosten, risico’s en komende investeringen en neemt daarna ook de verantwoordelijkheid om de afgesproken acties te realiseren?”


Als daarop geen helder antwoord volgt, ontbreekt waarschijnlijk de regie. Dat is op te lossen.

Scroll to Top